Naast de 639 biolandbouwers telde Vlaanderen aan het einde van 2025 nog 1.388 andere bedrijven die actief waren in de biologische keten. Samen maakt dat 2.027 unieke bedrijven, een daling met 1% ten opzichte van 2024. Distributie van bioproducten blijft de vaakst voorkomende activiteit, gevolgd door bereiding.

Sinds 2022 zijn alle bedrijven die met een biologische activiteit willen starten verplicht om een kennisgeving in te dienen bij het Agentschap Landbouw en Zeevisserij. Ze moeten zich ook laten controleren en certificeren door een erkend controleorgaan. De erkende bioactiviteiten zijn ingedeeld in 6 groepen: productie (alle landbouwactiviteiten), bereiding (verwerking, verduurzaming, herverpakking en heretikettering), distributie (verkoop aan andere ondernemingen en aan de eindconsument), opslag (van niet zelf geteelde, bereide of verwerkte goederen), import en export van/naar landen extra-EU.

Naast de 639 gecertificeerde biolandbouwers stonden er in 2025 nog 1.388 andere bedrijven onder controle voor activiteiten in de bioketen. Samen maakt dat 2.027 unieke bedrijven, dat zijn er 17 minder dan in 2024. In 10 jaar tijd is het aantal bedrijven actief in de biologische keten evenwel met ruim de helft toegenomen.

Distributie van biologische producten blijft de vaakst voorkomende activiteit in de bioketen: ruim de helft van alle biologische marktdeelnemers is gecertificeerd voor het verhandelen van bioproducten. De bereiding van bioproducten volgt op plaats twee met 950 ondernemingen onder biocontrole. Bioproductie staat op plaats drie met 639 gecertificeerde landbouwbedrijven. Voor de opslag van biologische goederen zijn 532 bioketenbedrijven gecertificeerd. Verder zijn 239 bedrijven actief in de import van bioproducten, terwijl 138 bedrijven zich richten op bio-export. Het aandeel bedrijven gecertificeerd voor meerdere biologische marktactiviteiten stijgt van 37% in 2021 naar 46% in 2025.

Zoemen we in op de biologische landbouwers, dan blijkt bijna een kwart niet enkel gecertificeerd te zijn voor biolandbouw, maar ook voor de bereiding, distributie, opslag en/of import van bioproducten. Ter vergelijking: in 2020 waren er dat zo’n 18%.